Verduurzaming kunstgras stokt door Europese onzekerheid |
|
|
|
|
 |
| 243 sec |
Een jaar geleden luidde duurzaamheidsexpert Gert-Jan Kieft van Kiwa ISA Sport min of meer de noodklok. Producenten van sportproducten moesten volgens hem haast maken met MKI-berekeningen voor het duurzaamheidslabel van kunstgras. De deadlines die NOC*NSF stelde kwamen dichterbij, terwijl de markt volgens hem nog vooral 'afwachtend' en 'gelaten' was. Een jaar later is er wel degelijk beweging zichtbaar, maar de grote versnelling is uitgebleven.
| Gert-Jan Kieft: 'We hebben in Nederland een goede basis gelegd. Probeer daar in Europa zo veel mogelijk op voort te bouwen.' |
Het aantal kunstgrasproducten met categorie 1-data in de Nationale Milieudatabase (NMD) is weliswaar verdubbeld, maar veel fabrikanten wachten nog altijd op meer duidelijkheid vanuit Europa. Volgens Kieft werkt die onzekerheid vertragend voor de verduurzaming van sportproducten. Vorig jaar stonden zeventien sportproducten met categorie 1-data in de Nationale Milieudatabase. Inmiddels zijn dat er 35. 'Dus je ziet inderdaad dat men er wel mee bezig is', zegt Kieft. 'Blijkbaar wordt het wel opgepakt.' Het gaat vrijwel volledig om kunstgrasproducten voor voetbal- en hockeyvelden. Categorie 1-data zijn productspecifieke gegevens die voor een fabrikant zijn doorgerekend en geverifieerd. Ze gelden als de meest betrouwbare basis voor een MKI-berekening. Toch plaatst Kieft direct een kanttekening. De verdubbeling klinkt indrukwekkend, maar vormt nog altijd slechts een klein deel van het totale productaanbod. 'Dat is een fractie', zegt hij. 'Er wordt meer gemeten, maar dat wil niet zeggen dat producten ook daadwerkelijk duurzamer worden.'
|
|
'Ik begrijp dat fabrikanten afwachtend zijn. Ze willen natuurlijk geen dubbel werk doen en dubbele kosten maken'
| |
|
Dat laatste is volgens hem een belangrijk onderscheid. Het doel van het duurzaamheidslabel is uiteindelijk niet alleen om meer gegevens te verzamelen, maar vooral om producenten te stimuleren duurzamere producten te ontwikkelen. In het interview van vorig jaar waarschuwde Kieft dat producenten snel moesten handelen. Een MKI-berekening inclusief verificatie kost immers al snel een half jaar. Ook vroeg hij zich af wat er zou gebeuren als een deel van de markt zijn zaken wel op orde had en andere producenten achterbleven. De verwachte stormloop op MKI-berekeningen is echter uitgebleven. Volgens Kieft hangt dat nauw samen met de onzekerheid die het afgelopen jaar is ontstaan rond Europese ontwikkelingen. Producenten willen voorkomen dat zij nu investeren in berekeningen die later opnieuw moeten worden uitgevoerd. 'Ik begrijp dat fabrikanten afwachtend zijn. Ze willen natuurlijk geen dubbel werk doen en dubbele kosten maken.' Juist voor internationale producenten speelt dat een belangrijke rol. Zij verkopen hun producten niet alleen in Nederland, maar ook in andere Europese landen en willen daarom liefst werken met één uniforme systematiek.
|
|
'Als jij geen milieulabel laat maken voor jouw systeem, ga je niet van de lijst af. Je krijgt gewoon het laagste labelniveau'
| |
|
Een belangrijke wijziging ten opzichte van vorig jaar is de manier waarop NOC*NSF omgaat met producten zonder MKI-berekening. Als beheerder van het Kwaliteitszorgsysteem en de sportproductenlijst werd aanvankelijk nog gesproken over het verwijderen van producten die geen milieulabel konden overleggen. Dat zou een stevige stok achter de deur zijn. Die lijn lijkt inmiddels verlaten. Volgens Kieft blijven producten zonder MKI-score gewoon op de sportproductenlijst staan. Wel krijgen zij automatisch het laagste duurzaamheidslabel toegewezen: label G. 'Als jij geen milieulabel laat maken voor jouw systeem, ga je niet van de lijst af. Je krijgt gewoon het laagste labelniveau.' De oorspronkelijke deadlines van 1 januari 2026 voor nieuwe kunstgrasproducten en 1 januari 2027 voor bestaande producten staan weliswaar nog steeds overeind, maar de consequenties lijken minder zwaar dan aanvankelijk werd voorgesteld. Dit neemt volgens Kieft niet weg dat een beter label belangrijk blijft. Gemeenten en andere opdrachtgevers krijgen immers steeds meer aandacht voor duurzaam inkopen. Producten met label G zullen daarbij minder aantrekkelijk zijn dan producten met een onderbouwde MKI-score.
Flinke tegenvaller
Waar vorig jaar vooral werd gesproken over het naast elkaar bestaan van de Nederlandse MKI-systematiek en de Europese Product Environmental Footprint (PEF), is de situatie inmiddels complexer geworden. Binnen de European Synthetic Turf Council (ESTC) werd de afgelopen jaren veel tijd en geld geïnvesteerd in de ontwikkeling van Europese PEF-regels voor kunstgras. Dat proces heeft echter een flinke tegenvaller gekregen, doordat de benodigde datasets zijn verlopen. De datasets waarop de berekeningen zijn gebaseerd, moeten opnieuw worden ontwikkeld voordat de systematiek verder kan worden uitgerold. 'Als je kijkt naar wanneer die nieuwe datasets beschikbaar kunnen zijn, dan heb je het waarschijnlijk over 2028.' En zelfs dat is volgens Kieft geen zekerheid. Europese besluitvorming kost vaak meer tijd dan vooraf wordt verwacht. Daardoor bestaat er momenteel veel onduidelijkheid over de vraag welke richting de sector uiteindelijk opgaat. 'De markt heeft nu zoiets van: wat moet ik nou doen?', weet Kieft.
Alternatieven
Binnen de ESTC wordt daarom inmiddels gekeken naar alternatieven. Volgens Kieft lijkt het waarschijnlijk dat de sector voorlopig verdergaat met Environmental Product Declarations (EPD's). Dit zou voor veel producenten gunstig zijn. Een EPD en een Nederlandse MKI-berekening zijn namelijk beide gebaseerd op een Life Cycle Assessment (LCA). Werk dat nu wordt uitgevoerd, hoeft daardoor niet verloren te gaan als Europa definitief voor de EPD-route kiest. Wel zullen daarvoor opnieuw Europese productregels moeten worden opgesteld. Kieft pleit er voor om goed te kijken naar wat in Nederland al is ontwikkeld. 'We hebben in Nederland een goede basis gelegd. Probeer daar in Europa zo veel mogelijk op voort te bouwen.'
Door alle discussies ontstaat gemakkelijk het beeld dat verduurzaming stilvalt. Dat is volgens Kieft niet het geval, maar de ontwikkeling gaat wel langzamer dan gewenst. Een belangrijke rol ziet hij weggelegd voor gemeenten en andere opdrachtgevers. Vorig jaar riep hij aannemers al op om bij producenten actief te vragen naar duurzaamheidsinformatie. Die oproep is volgens hem nog altijd actueel. Hoe vaker opdrachtgevers vragen naar MKI-scores, EPD's en duurzaamheidslabels, hoe groter de stimulans voor producenten om hun producten daadwerkelijk door te rekenen. 'Dat zou juist de stimulans moeten zijn voor fabrikanten om dat wel te gaan doen.' Steeds meer gemeenten nemen duurzaamheid mee in aanbestedingen. Daardoor groeit de behoefte aan betrouwbare informatie over de milieubelasting van sportproducten.
|
|
'Er moet een balans zijn tussen milieu en sporttechnische duurzaamheid'
| |
|
Tegelijkertijd waarschuwt Kieft voor een te eenzijdige blik op de cijfers. Een lagere MKI-score betekent niet automatisch dat een product in de praktijk duurzamer is. Bij kunstgras bestaat bijvoorbeeld een spanningsveld tussen materiaalgebruik en levensduur. Wie minder kunststof gebruikt, krijgt mogelijk een gunstiger milieuscore. Maar als het product daardoor eerder vervangen moet worden, kan het uiteindelijke milieueffect juist minder positief uitpakken. 'Er moet een balans zijn tussen milieu en sporttechnische duurzaamheid.' De huidige Nederlandse rekenregels gaan uit van een vaste levensduur van acht jaar. Volgens Kieft zou in de toekomst beter gekeken moeten worden naar de werkelijke levensduur van producten. Een product dat iets meer materiaal bevat maar jarenlang langer meegaat, kan uiteindelijk duurzamer zijn dan een product met een uitstekende MKI-score dat eerder moet worden vervangen.
Zelf grip krijgen
Wat moeten fabrikanten in deze periode van onzekerheid doen? Volgens Kieft is het antwoord duidelijk: wacht niet af, maar zorg dat de basis op orde is. Kiwa ISA Sport adviseert producenten daarom om zelf grip te krijgen op hun LCA-data en berekeningen. Het bedrijf levert daarvoor software waarmee fabrikanten zelf modellen kunnen beheren, producten kunnen doorrekenen en wijzigingen kunnen verwerken. 'Zorg dat je het zelf in de hand hebt', zegt Kieft. 'Als de regels veranderen, kun je veel sneller schakelen.' Producenten kunnen dit zelf doen of zich laten ondersteunen door Kiwa ISA Sport. Juist omdat de Europese richting nog niet definitief vastligt, ziet Kieft dit als de beste manier om voorbereid te zijn op toekomstige veranderingen.
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
 |
| Dit is een premium artikel |
Artikelen op de NWST sites zijn gratis en zullen altijd gratis blijven.
Voor de meest recente artikelen heb je een account nodig om verder te lezen.
Klik hier om te registeren of in te loggen.
|
|