Whatsapp Facebook LinkedIn RSS feed

Wie draagt het risico? De verschillen tussen de garantiemodellen van VSG en BSNC op kunstgras

ARTIKEL
KUNSTGRAS
Facebook Linkedin Whatsapp
Wijnand Meijboom, woensdag 1 juli 2026
209 sec


Met de komst van twee herziene modelgarantieverklaringen in 2025 en 2026 is de discussie over verantwoordelijkheid en risicoverdeling bij kunstgrasvelden opnieuw actueel. De Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek (BSNC) publiceerde in oktober 2025 versie 3.5 van haar model, terwijl de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) begin 2026 volgde met versie 3.6. Vakblad Fieldmanager heeft beide partijen benaderd voor een interview om uitleg te geven over de verschillen. Beide organisaties zijn daar niet op ingegaan, omdat ze inmiddels weer toenadering zoeken om tot één model te komen. Zolang er echter twee modellen bestaan, vindt het vakblad het belangrijk om beide naast elkaar te leggen en de belangrijkste verschillen voor onze lezers duidelijk te maken.


Wie beide modellen doorneemt, ziet eerst vooral gelijkenissen. Beide garantieverklaringen gaan uit van een looptijd van ongeveer tien jaar, maken onderscheid tussen een productgarantie en een prestatiegarantie en sluiten aan op het Kwaliteitszorgsysteem Sportinfrastructuur. Ook is in beide modellen duidelijk vastgelegd dat de garantie alleen geldt voor het sportproduct, dus de kunstgrasmat, de infill en de shockpad. De fundering en onderbouw vallen buiten de garantie. Dat betekent dat de verschillen niet zitten in de techniek of de normen, maar vooral in de manier waarop afspraken juridisch zijn vastgelegd.

Dichter bij elkaar gekomen

De nieuwe VSG-versie laat zien dat de afstand tussen gemeenten en markt kleiner is geworden. De VSG geeft aan dat het model samen met de branche is opgesteld en dat er sprake is van een evenwichtige verdeling van belangen. Toch blijft er een verschil in insteek. De BSNC kijkt vooral vanuit de techniek en de praktijk van aanleg en onderhoud. De VSG kijkt nadrukkelijk ook vanuit de rol van de opdrachtgever. Voor fieldmanagers betekent dit dat beide modellen bruikbaar zijn, maar dat ze een andere nadruk leggen in de samenwerking met aannemers.


Bewijslast: wie moet wat aantonen?

Een belangrijk punt voor de praktijk is de bewijslast bij gebreken. In het BSNC-model ligt de bewijslast in de eerste twee jaar bij de aannemer. Daarna geldt de normale wettelijke verdeling. Dat betekent dat de opdrachtgever na verloop van tijd zelf moet aantonen dat een probleem niet door gebruik of onderhoud komt. De VSG kiest voor een iets andere benadering. Daarin staat dat bij niet normaal gebruik wordt vermoed dat het gebruik de oorzaak is van een probleem, maar dat de opdrachtgever dit vermoeden kan weerleggen. In gewone taal betekent dit dat ook als er discussie ontstaat over gebruik, er ruimte blijft om alsnog aanspraak te maken op garantie. Dat maakt het VSG-model iets gunstiger voor opdrachtgevers, vooral in situaties waarin oorzaak en gevolg niet helemaal duidelijk zijn.


Wat is normaal gebruik?

Beide modellen geven een duidelijke invulling aan wat normaal gebruik is. De VSG geeft aan dat een veld bedoeld is voor voetbal, schoolsport en voetbalgerelateerde activiteiten. Daarbij geldt een maximum van 1.500 speeluren per jaar. Activiteiten zoals festivals of feesten vallen daar niet onder, tenzij hierover vooraf afspraken zijn gemaakt. De BSNC hanteert ook duidelijke grenzen voor gebruik en belasting van het veld. In de praktijk betekent dit dat beide modellen sturen op verantwoord gebruik. De VSG benoemt daarbij expliciet dat een veld geschikt moet zijn voor het gebruik dat vooraf in het contract is afgesproken.


Onderhoud en logboek: belangrijker dan ooit

Zowel de VSG als de BSNC onderstrepen het belang van goed onderhoud. In beide modellen is een logboek verplicht waarin wordt bijgehouden wat er met het veld gebeurt en welk onderhoud wordt uitgevoerd. Ook worden er periodiek gezamenlijke inspecties uitgevoerd. De VSG biedt daarbij iets meer flexibiliteit. In het model kan worden afgesproken wie het logboek bijhoudt en hoe onderhoud wordt aangepast aan de praktijk. De BSNC werkt over het algemeen met strakkere afspraken, waarbij het logboek een belangrijke rol speelt bij het beoordelen van garantieclaims. Voor beheerders is de boodschap duidelijk: zonder goed bijgehouden logboek sta je in beide modellen zwak.


Aansprakelijkheid: wat als het misgaat?

Een belangrijk verschil zit in de manier waarop aansprakelijkheid is geregeld. In de VSG-versie is expliciet opgenomen dat de opdrachtgever niet alleen recht heeft op herstel of vervanging, maar ook schade kan verhalen als het sportproduct problemen veroorzaakt. Tegelijkertijd kan de aansprakelijkheid van de aannemer worden gemaximeerd, bijvoorbeeld op basis van een verzekerd bedrag. De BSNC werkt ook met duidelijke grenzen, maar legt minder nadruk op aanvullende schade. Voor opdrachtgevers biedt de VSG-versie daardoor iets meer zekerheid in situaties waarin schade verder gaat dan alleen het veld zelf.


Kosten bij vervanging: duidelijke spelregels

Op het gebied van kosten bij vervanging lijken de modellen sterk op elkaar. Beide werken met een afbouwregeling, waarbij de bijdrage van de opdrachtgever toeneemt naarmate het veld ouder wordt. In de eerste jaren betaalt de aannemer vrijwel alles, terwijl in latere jaren een groter deel voor rekening van de opdrachtgever komt. Dit zorgt voor duidelijkheid en voorkomt discussies achteraf. De VSG laat daarbij ruimte om de regeling aan te passen aan de gekozen garantietermijn.


Keuringen en normen: geen verschil

Als het gaat om keuringen en normen, zitten beide modellen volledig op één lijn. Ze sluiten aan op het Kwaliteitszorgsysteem Sportinfrastructuur en de KNVB-normen. Dat betekent dat velden volgens dezelfde technische eisen worden beoordeeld, ongeacht welk model wordt gebruikt. Voor de praktijk van aanleg en keuring maakt de keuze dus weinig verschil.


Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor fieldmanagers, beheerders en beleidsmakers is de keuze tussen beide modellen geen formaliteit. Het BSNC-model biedt duidelijke technische afspraken en strakkere kaders. Dat geeft houvast, maar betekent ook dat een deel van het risico bij de opdrachtgever ligt, zeker na de eerste jaren. Het VSG-model biedt meer ruimte en iets meer bescherming voor opdrachtgevers, vooral bij discussies over gebruik en gebreken. De verschillen zijn kleiner geworden, maar ze zijn nog steeds relevant bij het opstellen van contracten en aanbestedingen.


De nieuwe modellen laten zien dat de sector naar elkaar toe groeit. Dat is positief, omdat het de samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers eenvoudiger maakt. Tegelijkertijd bestaan er nog steeds twee modellen. De keuze daartussen bepaalt in belangrijke mate wie het risico draagt als een veld niet doet wat ervan verwacht mag worden. Voor iedereen die betrokken is bij het beheer of de aanbesteding van kunstgrasvelden geldt daarom dat het belangrijk is om niet alleen naar de techniek te kijken, maar juist ook naar de garantievoorwaarden. Daar zit uiteindelijk het grootste verschil.


BSNC
Vereniging Sport en Gemee...
LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel
tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.
GREEN OUTLET
Iedereen kan gratis kleine advertenties plaatsen via zijn eigen account.
Plaats een gratis advertentie

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Webshop
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER