Circulaire shockpads krijgen niet de credits die ze verdienen |
|
|
|
|
 |
| 179 sec |
Schmitz Foam ziet tekortkoming in de MKI-berekening
De milieuprestaties van sportvelden worden steeds belangrijker. Met de opkomst van de MKI als sturingsinstrument krijgen cijfers een grote rol in keuzes en aanbestedingen. Maar wat als die cijfers niet het hele verhaal vertellen? Schmitz Foam liet zijn circulaire shockpads opnieuw doorrekenen en stuitte op een opvallende uitkomst: producten met hergebruikt materiaal scoren nauwelijks beter dan varianten op basis van nieuwe grondstoffen. Volgens het bedrijf wringt daar iets fundamenteel. In dit artikel legt Schmitz uit waar de huidige rekenmethodiek tekortschiet en welke risico's dat kan hebben voor de praktijk van fieldmanagers en beleidsmakers.
 |
Nieuwe sportveldsystemen moeten een MKI-waarde (Milieukostenindicator) overleggen en vanaf 2027 geldt dat ook voor bestaande producten. Daarom liet Schmitz Foam de milieu-impact van zijn shockpads opnieuw doorrekenen volgens de complementaire Product Category Rules, opgesteld binnen de taakgroep NOC*NSF/RVO/BSNC. ProPlay stond al in de Nationale Milieu Database, maar is nu hergewaardeerd volgens de aangescherpte eisen van de EN 15804. Ook het recentere rolfoam ProField is toegevoegd. De uitkomst pakt echter anders uit dan het bedrijf verwachtte. ProPlay bestaat uit hergebruikt foam en staat bekend als de meest circulaire oplossing. Toch laat de LCA-systematiek dat voordeel nauwelijks terugzien in de MKI-score. Fieldmanager sprak met Application Engineer Marcel Spaan, Sales Manager Ron Lokhorst en Technisch Directeur Ron Moors over deze uitkomst.
Nieuw onafhankelijk geverifieerde LCA
Bij het verschijnen van dit artikel zijn inmiddels ProPlay en ProField in de NMD opgenomen volgens de laatste norm. Application Engineer Marcel Spaan noemt dat een logische stap. 'ProField is een nieuw rolfoam dat we vorig jaar hebben geïntroduceerd. ProPlay en ProField shockpads worden ook op de Nederlandse markt toegepast, daarom willen we dat ze allebei in de NMD zijn opgenomen. Aangezien de eisen rond milieuprestaties steeds worden aangescherpt, hebben we voor beide varianten een nieuwe LCA laten opstellen door LBP|SIGHT en onafhankelijk laten verifiëren door SGS Intron.' De analyses zijn gebaseerd op bedrijfsspecifieke gegevens (categorie 1-data) uit de productieketen, zoals grondstoffen, energieverbruik en transport.
 | | Ron Lokhorst |
|
|
Circulair scoort niet altijd hoger
Uit die nieuwe LCA's kwam een MKI-waarde die de totale milieubelasting van deze producten vertaalt naar een fictieve europrijs. Voor gebruikers maakt dat de beoordeling relatief eenvoudig: hoe lager het bedrag, hoe kleiner de impact. Volgens Spaan is de MKI daarmee een nuttige, maar niet altijd genuanceerde maatstaf: 'De MKI bundelt 19 milieueffecten in één getal, zoals klimaatverandering, ozonafbraak en toxiciteit. Daardoor kun je producten eenvoudig met elkaar vergelijken. Opvallend is echter dat de onderlinge score van ProPlay en ProField nauwelijks verschilt.' Ron Lokhorst onderbouwt de verbazing van Schmitz Foam: 'We hadden verwacht dat ProPlay, dat uit hergebruikt foam bestaat, duidelijk beter zou scoren dan een rolfoam shockpad zoals ProField, dat wordt geproduceerd uit nieuw (virgin) foam. Hergebruikt materiaal wordt in de LCA-berekening zonder milieubelasting meegenomen, het zogenoemde 'free-of-burdenprincipe'.'
|
|
'De MKI is een nuttige, maar niet altijd genuanceerde maatstaf'
| |
|
 | | Dankzij ProPlay wordt meer dan 10 miljoen kilo gecrosslinkt polyethyleenschuim hergebruikt |
|
|
Oppervlaktegewicht drukt de score
In een LCA speelt het oppervlaktegewicht een belangrijke rol. Spaan benadrukt: 'En dat is nu juist waar het misgaat. ProPlay is een premium product, dit is voornamelijk toe te schrijven aan het hoge oppervlaktegewicht. Hoewel dit hoge gewicht behaald wordt met free-of-burden grondstoffen, heeft juist dat hoge gewicht een negatief effect op de milieu-impact tot aan de installatie.' Marcel Spaan besluit: 'Wetende dat rolfoamproducten, zoals ProField, juist een laag oppervlaktegewicht hebben.'
|
|
'In feite worden producten van virgin materiaal als gunstiger voorgesteld. Dat voelt voor ons als een ontwerpfout in de LCA-systematiek.'
| |
|
Free-of-burdenparadox
Producten krijgen credits wanneer ze na gebruik worden hergebruikt of gerecycled. ProPlay wordt aan het einde van de toepassing door Schmitz Foam hergebruikt. Maar omdat de grondstoffen al free-of-burden waren, kan ProPlay deze credits niet ontvangen. 'In feite worden producten van virgin materiaal, die aan het einde van hun toepassing worden hergebruikt of gerecycled, als gunstiger beoordeeld. Dat voelt voor ons als een ontwerpfout in de LCA-systematiek', zegt Lokhorst.
 | | ProPlay shockpads worden gemaakt van hergebruikt foam |
|
|
Kans op verkeerde keuzes in aanbestedingen
De mogelijke consequentie van dit verhaal baart Schmitz Foam zorgen, want als opdrachtgevers uitsluitend naar de MKI-waarde kijken, kan er een vertekend beeld ontstaan van de werkelijke circulariteit. Ron Moors ziet dat risico vooral in toekomstige aanbestedingen. 'De MKI-waarde wordt in de nabije toekomst een selectiecriterium. Dat is op zichzelf een goede ontwikkeling, maar dan is het wel belangrijk dat zo'n getal het volledige verhaal vertelt. Het risico bestaat dat nieuwe materialen in de NMD aantrekkelijker voorkomen dan hergebruikte.
Dat staat natuurlijk haaks op de ambities van een circulaire economie en kan maatschappelijke gevolgen hebben. Als ProPlay geen afzet meer vindt, moet meer dan 10 miljoen kilo gecrosslinkt polyethyleenschuim worden verbrand in plaats van hergebruikt. Dan zetten we geen stappen vooruit, maar juist achteruit. Laten we leren van de lessen uit recente faillissementen van bedrijven zoals Re-Match en een terugslag in circulariteit binnen de kunstgrasindustrie voorkomen.'
Sturen op milieuprestaties
De conclusie is dat de MKI-methodiek op zichzelf waardevol is, maar niet alle aspecten van circulariteit belicht. Schmitz roept daarom op om de huidige waardering van primaire grondstoffen te herzien en zwaarder te belasten. Volgens Spaan zou de LCA-systematiek daarvoor aangepast moeten worden. Lokhorst ziet voor Nederland aanvullend een mogelijkheid in het duurzaamheidslabel van de taakgroep NOC*NSF/RVO/BSNC. 'Deze taakgroep werkt momenteel aan een duurzaamheidslabel waarin polymerische infills belast worden met een milieuboete. Dit zou ook voor virgin materialen passend zijn, mits er natuurlijk circulaire producten voorhanden zijn.' Lokhorst ziet het als een gezamenlijke opdracht voor de gehele industrie: 'Als we echt werk willen maken van circulariteit, moet de manier waarop we milieuprestaties berekenen dat ook laten zien.'
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|