ESTC-webinar over infill: nieuwe norm moet houvast geven in de overgang naar polymeervrije kunstgrassystemen |
|
|
|
|
 |
| 218 sec |
De uitfasering van polymerisch infill zet de kunstgrassector onder druk om snel met nieuwe oplossingen te komen. Tijdens het webinar Infill under the microscope: a guide to EN 15330-5 gaf brancheorganisatie ESTC toelichting op de nieuwe Europese norm voor infillmaterialen in sportvelden.
| Nonfill kunstgras van TenCate |
De rode draad van het webinar laat zich makkelijk samenvatten: de markt verandert snel, maar opdrachtgevers, beheerders en sportorganisaties hebben behoefte aan duidelijke kaders om materialen goed te kunnen beoordelen.
Heet hangijzer
ESTC-voorzitter Stefan Diderich opende het webinar met de constatering dat infill de afgelopen jaren een steeds belangrijker onderwerp is geworden, niet alleen vanuit sporttechnisch oogpunt, maar ook vanuit regelgeving en milieu. Door het aangekondigde verbod op polymerische infills vanaf oktober 2031 in de Europese Unie verschuift de aandacht naar alternatieven. Daarbij gaat het om organische infills, zoals kurk, minerale oplossingen en nonfill-systemen, waarbij de speeleigenschappen vooral uit de vezelconstructie moeten komen. In dit webinar lag de focus nadrukkelijk op infillmaterialen en de normering daarvan.
|
|
De vertrouwde standaardoplossing verdwijnt, terwijl het aantal alternatieven juist groeit
| |
|
 | | Stefan Diderich ESTC |
|
|
UEFA-visie
Namens UEFA schetste stadion- en pitchspecialist Lee Guerriero waarom kunstgras, en daarmee ook de kwaliteit van infill, voor het Europese voetbal een relevant onderwerp is. Volgens hem speelt kunstgras inmiddels op alle niveaus van het Europese voetbal een rol: van grassroots en jeugdtoernooien tot clubcompetities op hoog niveau. Hij wees erop dat UEFA in zijn competitiereglementen al jarenlang werkt met kwaliteitsborging via de FIFA-kwaliteitsstandaarden. Die certificering moet gedurende het hele toernooi geldig zijn. #PStefan Diderich ESTC
 | | Lee Guerriero (UEFA) |
|
|
 | | Alastair Cox |
|
|
Brede inzet
Guerriero maakte duidelijk dat kunstgras voor UEFA geen randverschijnsel meer is. Ook in topcompetities komt het volgens hem voor, zeker in klimaatzones waar natuurgras onvoldoende bespeelbaar is. Guerriero noemde diverse voorbeelden waarin kunstgras een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de sportieve ontwikkeling van clubs. Daarnaast wees hij op jeugdwedstrijden die onder winterse omstandigheden toch door kunnen gaan dankzij kunstgras.
Praktisch nut
Daarmee onderstreepte UEFA ook het bredere maatschappelijke belang van kunstgras: meer speeluren, meer beschikbaarheid van accommodaties en meer mogelijkheden voor sportontwikkeling in regio's met zware weersomstandigheden of beperkte infrastructuur. Tegelijk erkende Guerriero dat de microplasticbeperking grote gevolgen kan hebben, vooral voor landen waar kunstgras een belangrijk onderdeel is van de voetbalinfrastructuur. UEFA heeft daarom een aparte werkgroep opgezet met nationale bonden die veel met kunstgras werken.
|
|
Voor opdrachtgevers is een verkeerde infillkeuze geen detail, maar een dure fout
| |
|
Nieuwe norm
Na deze bredere context ging ESTC-technisch directeur Alastair Cox in op de nieuwe Europese norm EN 15330-5. Hij legde uit dat infill in kunstgrassystemen historisch gezien een sleutelrol heeft gespeeld. Jarenlang was de situatie overzichtelijk: veel systemen gebruikten polymerisch infill, vooral omdat die materialen goede speeleigenschappen, duurzaamheid en een betrouwbare verwerking boden. Die situatie verandert nu snel.
Milieudruk
Volgens Cox heeft de Europese Commissie polymerische infills aangemerkt als een belangrijke bron van bewust toegevoegde microplastics. Daarbij werd gewezen op de grote hoeveelheden granulaat die op velden aanwezig zijn en op het verlies naar de omgeving. Precies die ontwikkeling heeft volgens hem geleid tot een golf van innovatie: er komen steeds meer alternatieve infills op de markt, terwijl ook systemen zonder infill terrein winnen.
Waarom standaardisatie
Juist omdat het aanbod snel groeit, is de behoefte aan een uniforme beoordelingsmethode groter geworden. Een verkeerde materiaalkeuze kan bij de aanleg van een kunstgrasveld immers een dure fout zijn. Vanuit dat marktprobleem is besloten een Europese norm te ontwikkelen. Dat proces begon rond 2020. De norm werd na consultatie en aanpassingen in september vorig jaar gepubliceerd en moet sindsdien als nationale norm in alle betrokken landen worden ingevoerd.
Europese basis
Cox benadrukte dat Europese normen bedoeld zijn om vrije handel en een gelijk speelveld in de interne markt te ondersteunen. Een product dat volgens de norm is getest, moet in principe in alle deelnemende landen op dezelfde manier kunnen worden beoordeeld. Voor de kunstgrassector betekent dat dat er nu niet alleen normen zijn of komen voor de totale sporttechnische prestatie van een systeem, maar ook voor afzonderlijke componenten zoals shockpads, garens en infill.
|
|
De norm zegt niet welk infill het beste is, maar wel hoe materialen eerlijk met elkaar vergeleken kunnen worden
| |
|
Wat meetbaar wordt
De kern van EN 15330-5 is volgens Cox dat de norm minimumeisen en beoordelingsmethoden vastlegt voor infillmaterialen. Het gaat daarbij niet alleen om de samenstelling en fysieke eigenschappen van het materiaal, maar ook om productieconsistentie, duurzaamheid en geschiktheid voor verschillende klimaatomstandigheden. De norm schrijft dus niet voor welk infill 'het beste' is, maar maakt het mogelijk om producten op een vergelijkbare en transparante manier te testen.
Testkader
Craig Melrose van Sports Labs ging vervolgens dieper in op de testmethoden. Zijn centrale boodschap was dat de norm geen voorkeursmateriaal aanwijst, maar een objectief testkader biedt. Dat kader moet helpen om marketingclaims te vervangen door meetbare eigenschappen. Zo wordt gekeken naar de korrelgrootteverdeling, omdat die invloed heeft op verdichting, drainage en het gedrag van de toplaag. Ook de vorm van de deeltjes wordt beoordeeld, omdat die samenhangt met slijtage, stabiliteit en interactie met spelers. Daarnaast wordt de losse bulkdichtheid gemeten, onder meer om de verwerkbaarheid en vochtopname in beeld te krijgen.
Klimaatgedrag
Andere belangrijke onderdelen van de norm zijn waterabsorptie en drijfvermogen. Die zijn relevant voor regio's met veel neerslag of vorst, omdat sommige lichte materialen kunnen opdrijven of anders reageren bij natte en koude omstandigheden. Ook de elasticiteit van het infill wordt getest. Die eigenschap bepaalt mede hoeveel schokdemping uit het infill zelf komt en hoeveel dus van de shockpad of constructie moet worden verwacht. Verder bevat de norm proeven voor waterinfiltratie, mechanische duurzaamheid, temperatuurontwikkeling bij instraling, vorst-dooibestendigheid en stofvorming. Vooral dat laatste is volgens Melrose belangrijk voor de veiligheid van spelers en onderhoudspersoneel. Ook worden chemische en toxicologische testen uitgevoerd, onder meer op uitloging en op stoffen die vanuit gezondheids- of milieuperspectief ongewenst zijn.
Geen simpel vinkje
Opvallend is dat niet alle uitkomsten als simpel 'voldoet wel' of 'voldoet niet' worden gepresenteerd. Voor een deel werkt de norm met classificaties. Dat geldt bijvoorbeeld voor elasticiteit en voor duurzaamheid. Bij sommige plantaardige of organische infills blijkt de levensduur namelijk sterk te verschillen. Juist daarom moet een gebruiker de testresultaten goed kunnen lezen en vertalen naar de toepassing in de praktijk.
Eerste houvast
De conclusie van het webinar was helder: de sector gaat een periode in waarin de vertrouwde standaardoplossing verdwijnt en de keuzevrijheid juist groter wordt. Dat maakt onafhankelijke beoordeling belangrijker. Met EN 15330-5 ligt er nu een technisch kader om infills onderling te vergelijken op prestaties, veiligheid en gedrag onder verschillende omstandigheden. Voor veldbeheerders, ontwerpers en opdrachtgevers biedt dat niet direct een pasklaar antwoord, maar wel meer houvast in een markt die snel verandert.
|
Voor beheerders en opdrachtgevers biedt EN 15330-5 nog geen eindantwoord, maar wel een bruikbaar vertrekpunt
| |
| | ESTC (the EMEA Synthetic ... | |
| |
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|