Sportaccommodaties als klimaatbuffer |
|
|
|
|
| Anne van Antwerpen,
donderdag 23 april 2026 |
 |
| 205 sec |
Hoe kunstgras meer doet dan alleen sport faciliteren
Een hevige zomerbui van 90 millimeter neerslag. De riolen lopen over, de straten staan blank, er is schade aan gebouwen en infrastructuur en de velden zijn onbespeelbaar. Het is geen uitzonderlijk scenario meer, we krijgen er steeds meer mee te maken. Voor veel sportparken en gemeenten is het een confronterend beeld. Maar volgens Ger Pannekoek van EWB en Hugo Heitmeijer van Antea Sport is juist de sportaccommodatie deel van de oplossing.
In de Klimaateffectatlas wordt het heel zichtbaar gemaakt: Nederland kent meerdere kwetsbare plekken die niet goed kunnen omgaan met regen of droogte. Het zijn twee kanten van dezelfde munt. Zeker als je bedenkt dat de jaarlijkse neerslag in Nederland tussen 1910 en 2022 met 26 procent steeg en het aantal dagen met meer dan 50 millimeter neerslag sinds 1951 met maar liefst 85 procent is gestegen. Terwijl we ook meer perioden met droogte kennen.
Als regen een probleem wordt
Regen wordt een probleem als het water, zeker in de dichtbebouwde omgeving, niet zomaar de grond in kan stromen. In veel rioolstelsels en afwateringssystemen zitten zwart water en hemelwater nog gemengd, met alle vieze gevolgen van dien. Maar ook als het gescheiden is, komt er een hoge druk op het systeem. Zeker bij piekbuien van 70 of 90 millimeter per uur kan het water in een verouderd watersysteem en bij dichte bebouwing nergens naartoe. In kustregio's verzilt het grondwater steeds verder, waardoor het onbruikbaar wordt voor beregening van kunstgrasvelden of groenonderhoud. Maar ook in het binnenland groeit de druk op zoet water. In Noord-Brabant alleen al wordt jaarlijks naar schatting 2,55 miljoen kubieke meter water gebruikt bij voetbal en hockey; het overgrote deel daarvan is grondwater. Naarmate droge zomers vaker voorkomen, wordt die afhankelijkheid een risico. Daar komt nog een derde probleem bij. Voor wadi's waarin water tijdelijk opgevangen wordt, is in veel stedelijke gebieden geen plaats. Daarbij brengt één van de oplossingen voor waterberging, kunststofkratten of bassins onder bijvoorbeeld sportvelden, zijn eigen risico's met zich mee. Met dergelijke oplossingen probeer je de gevolgen van klimaatverandering op te lossen met materialen die deze problemen mede veroorzaken.
Het onbenutte potentieel van sportvelden
Als het gaat om de problematiek die ontstaat door de opwarming van de aarde, ziet Ger Pannekoek, directeur bij EWB, in sportaccommodaties een kans die gemeenten kunnen aangrijpen. 'Sportaccommodaties bieden ruimte om het omliggende systeem te ontlasten. Water dat nu via het riool naar de zuivering gaat of waarvoor in hemelwaterstelsels geen ruimte is, kan op een sportpark worden opgevangen en verwerkt. Dan gaat het niet alleen om het water voor het sportpark zelf, maar ook voor de omliggende wijk.' De oppervlakte is er. Sportparken liggen vaak naast wijken of bedrijventerreinen met een grote wateropgave. En anders dan parken of pleinen zijn ze relatief eenvoudig aan te passen zonder dat bewoners er dagelijks hinder van ondervinden. 'Er is ruimte en onbenut potentieel', zegt Pannekoek. 'Zowel boven als onder de grond.' Hugo Heitmeijer, projectmanager bij Antea Sport, herkent dat beeld. 'Door sportparken te voorzien van waterzuiverings- en opslagoplossingen, geven we een antwoord op waterproblemen in de verharde omgeving.'
Circulair en natuurlijk werken
De samenwerking tussen Antea Sport en EWB kwam voort uit een gedeeld uitgangspunt: geen plastic en microplastics in de bodem. Heitmeijer: 'We zochten naar een natuurlijke oplossing die zowel wateroverschot als waterschaarste kan aanpakken. Die vonden we in de technieken die EWB heeft ontwikkeld.' Voor de oplossing waar Heitmeijer het over heeft, wordt onder sportvelden, groenstroken en parkeerterreinen een laag met schelpen en mineralen (Rain Shell) aangelegd. Daarin kan hemelwater direct worden opgevangen of ernaartoe worden geleid. Deze natuurlijke materialen zorgen er ook voor dat het opgevangen water wordt gezuiverd. Zo worden schadelijke stoffen uit het water gehaald, dat daarmee geschikt is voor bijvoorbeeld beregening van velden en het doorspoelen van toiletten. Pannekoek vertelt: 'Omdat het water gezuiverd wordt, kan het ook naar diepere bodemlagen worden afgevoerd met een techniek genaamd FHVI (fast high volume infiltration). Water wordt met een verticale pijp afgevoerd in watervoerende lagen op een diepte van ongeveer 10 tot 30 m. Door deze combinatie worden veel grotere hoeveelheden water verwerkt op een locatie en wordt materiaal bespaard doordat het bestaande, natuurlijke systeem wordt benut voor waterberging. Maar het werkt ook andersom: in droge perioden kan het aangevulde grondwater weer benut worden voor gebruik, waarmee drinkwatersuppletie overbodig wordt.'
Praktijk: Sportpark Spieringhorn in Amsterdam
De theorie wordt op dit moment omgezet in praktijk op Sportpark Spieringhorn in Amsterdam, onderdeel van het Scale Up-programma in Amsterdam en Haarlem. Hier wordt schelpenbron (de gecombineerde oplossing Rain Shell en FHVI) toegepast rondom de velden, in de drainage en langs de randen. Dat is het vertrekpunt. Vervolgens moet een pilot uitwijzen of dezelfde techniek op termijn ook toepasbaar is ónder kunstgrasvelden, wat de capaciteit en het effect aanzienlijk zou vergroten. 'We starten met datgene waarvan we al weten dat het werkt: de schelpen en mineralen onder de grond rondom het veld die het water zuiveren, waardoor overtollig water in de diepere ondergrond kan worden afgevoerd', verduidelijkt Heitmeijer. Pannekoek vult aan: 'Juist op Station Sloterdijk, waar Spieringhorn ligt, zijn de uitdagingen van wateroverlast heel duidelijk. Er is weinig ruimte en veel bebouwing, dus als je hemelwater op het sportpark verwerkt en afvoert naar de diepe ondergrond, ontlast je het watersysteem. Dat helpt enorm bij het voorkomen van schade aan vitale infrastructuur bij buien van bijvoorbeeld 90 millimeter per uur.'
 | | Bij Spieringhorn wordt water opgeslagen onder het grasveld én afgevoerd naar watervoerende lagen. |
|
|
De organisatorische uitdaging
De techniek is beschikbaar. De ruimte is aanwezig. Toch gaat het in de meeste gemeenten nog niet vanzelf. Sportbeheerders zijn verantwoordelijk voor droge, bespeelbare velden en niet voor de waterhuishouding van de wijk. Tegelijkertijd zie je dat waterbeheerders niet automatisch denken aan sportvelden als deel van de oplossing. Amsterdam en Haarlem laten zien dat domeinoverstijgende samenwerking mogelijk is. Voor fieldmanagers ligt hier een concrete rol. Zij kennen de locatie, de ondergrond en de kwetsbaarheden beter dan wie ook. 'Vanaf juli 2026 worden de plekken waar de druk het grootst is verder zichtbaar gemaakt in de nieuwe Klimaateffectatlas. Dan kun je zien of jouw sportpark in de gevarenzone ligt of juist op een kansrijke plek om problemen in omliggende gebieden op te lossen', vertelt Pannekoek. 'Zie het niet als een gevaar, maar als een kans, waarbij je sportpark meer voor de buurt kan betekenen dan alleen het accommoderen van sport.'
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|