Archief Agenda Adverteren Abonneren Contact Disclaimer
Fieldmanagement Nieuws Blog Techniek Projecten Green-Industry-Profile
Greenkeeper
Boomzorg
Boom In Business
Dak & Gevel Groen
Groundsman
Stad + Groen

'Dat kunstgras de toekomst heeft, is een grote leugen'

dinsdag 28 november 2017

Sjoerd Mossou schrijft over voetbal als auteur en columnist voor onder andere het Algemeen Dagblad en Hard Gras. Tijdens de uitreiking van de Fieldmanager of the Year op 15 november jl. gaf hij een lezing over kunstgras in het betaald voetbal.

Laatst moesten we voetballen in Terneuzen op een gloednieuwe, peperdure kunstgrasmat met korrels van kurk. Het veld was heerlijk zacht, als een dikkig huiskamertapijt. De bal rolde enorm stroef, maar ook mooi egaal, zonder gekke hobbels.

Na twintig minuten stonden we met 0-1 voor tegen het veel jongere en fittere tweede team van Terneuzen. Daar bleef het bij. Met groot gemak, want wij hoefden alleen maar de ruimtes klein te houden, een beetje in te zakken en te loeren op de counter.

Op dit kunstgras was het voor Terneuzen onmogelijk om een beetje tempo in het spel te krijgen. Elke bal stroopte in het kunstgras. Heerlijk, gewoon.

Wij trainen met JEKA 4 vaak op kunstgras. Zeker in de winter is daar niks mis mee. Lekker comfortabel, zonder blubber, zonder polletjes, zonder kuilen en kale plekken. Je kunt er bijna altijd op spelen, bovendien, hoe hard het ook geregend heeft.

Onze statistieken voor kunstgras zijn geweldig: we winnen er heel vaak op. Toch is kunstgras schadelijk voor het Nederlandse topvoetbal, met de klemtoon op topvoetbal.

Het amateurvoetbal kunnen we bij dezen buiten beschouwing laten in dit verhaal. Dat is namelijk één van de grote denkfouten die vaak worden gemaakt in de kunstgrasdiscussie: breedtesport en topsport worden door elkaar gehaald.

Schadelijk voor het voetbal
Voor het amateurvoetbal is het vrij overzichtelijk; voor veel clubs is kunstgras een uitkomst, zeker als het gecombineerd wordt met natuurgras. Prima. Handig, praktisch. Niks mis mee. Het kost wat brandplekken, maar verder klaagt vrijwel niemand erover.

De pijn zit hem in de topsport: onze beste spelers, onze beste competitie, onze beste clubs. In voetbal waarin elk speltechnisch detail telt.

Daar is kunstgras wél een probleem: in onze eredivisie en, in iets mindere mate, in de Jupiler League en de belangrijkste jeugdcompetities. Daar op kunstgras voetballen is niet alleen onnodig, het is domweg schadelijk voor ons voetbal, voor de uitstraling ervan en vooral voor het spel zelf.

Even tussendoor: natuurlijk is kunstgras niet dé oorzaak van onze voetbalcrisis; dat zegt ook niemand. Die voetbalcrisis is ongelooflijk complex. Er zijn tal van problemen; kunstgras is hooguit een onderdeeltje van het geheel. Maar dat wil nog niet zeggen dat het geen probleem is.

De essentie van het probleem is doodeenvoudig: voetbal op kunstgras is anders. Iedereen die ooit gevoetbald heeft, op welk niveau dan ook, weet dat. De demping is anders, de bal rolt anders, je lichaamsbalans is anders. Dat vraagt een andere techniek, een andere afstemming van een pass, een andere lichaamscontrole.

Niet voor niets zijn alle topspelers en toptrainers in Nederland vrijwel unaniem, zoals onlangs bleek in een manifest in het AD. Duidelijker kon het niet: ‘Weg ermee’. Het hele Nederlandse topvoetbal is er klaar mee, ook Van Gaal.

Wezenlijk ander spel
Dan hoor je: natuurgrasvelden zijn óók allemaal verschillend hoor. Dat klopt, maar dat is een kromme redenering. Vanuit die gedachte zouden we namelijk net zo goed op zand, beton of gravel kunnen voetballen. Het gaat om de ondergrond waar je op het hoogste niveau voor kiest. Natuurgras, dus.

Je kunt allerlei onderzoekjes doen − daar zijn er honderden van − maar dat doet niets af aan het feit dat voetbal op kunstgras wezenlijk anders is. Goedbeschouwd is elke andere discussie een afgeleide daarvan: discussies over blessures, competitievervalsing, het verschil in techniek en spel, nostalgie of esthetiek.

Je kunt het ene belangrijker vinden dan het andere. Je kunt wapperen met alweer een onderzoekje, al dan niet uitgevoerd in opdracht van de kunstgrasindustrie. Je kunt de invloed van kunstgras bagatelliseren of juist heel groot maken. Je kunt zeggen dat het een beetje anders is, of heel erg anders. Maar in alle gevallen blijft het technisch een ander spel.

Lekker comfortabel
Dat zou nog niet zo’n probleem zijn, als andere topvoetballanden ook op kunstgras zouden gaan spelen. Maar dat doen ze niet. Sterker nog: ze overwegen het niet eens. De enige landen waar – in zeer beperkte mate – op kunstgras wordt gespeeld op het hoogste niveau, doen dat vooral omdat het er te koud is voor natuurgras: Scandinavië, Rusland.

Dat heeft niets met ‘conservatief’ of ‘ouderwets’ te maken. Kunstgras is puur een praktisch/economische innovatie, géén speltechnische. Het spel wordt er niet beter, sneller of aantrekkelijker van, zoals bij schaatsen of kunstijs.

Voetballers worden er individueel ook niet beter van. Sterker nog: de eerste internationale topvoetballer die volledig op kunstgras is opgeleid, is nog altijd niet opgestaan.

Robben, Sneijder, Van Persie: ze zijn allemaal van vóór het kunstgrastijdperk. Een causaal verband valt niet te bewijzen, maar je kunt onmogelijk beweren dat kunstgras goed is voor de ontwikkeling van het Nederlandse voetbal.

En dat de huidige jeugd graag op kunstgras speelt, is nogal wiedes. Ze zijn het gewend. Voetballen op kunstgras is lekker comfortabel.

Gegokt en verloren
Al die clubs die nu op kunstgras spelen in de eredivisie, doen dat op economische gronden. Het onderhoud is goedkoper; je kunt de businessclub er lekker op laten voetballen en de jeugd ook.

Die kunstgrasclubs beweren nu zelfs dat het ‘uit nood geboren’ is. Alsof we in de honderd jaar hiervoor niet gewoon op natuurgras konden voetballen, en met heel veel plezier. Alsof PEC Zwolle en ADO niet jarenlang gewoon een eigen trainingscomplex hadden.

En: als Heracles niet op natuurgras kan spelen, omdat het zogenaamd te duur is, waarom kunnen NAC en Willem II dat dan wél? Het is maar net waarvoor je kiest bij een topsportorganisatie: voor topsport, voor de essentie van het spel zelf, voor wat je supporters en je spelers willen, of voor de praktische voordeeltjes.

Dat kunstgras de toekomst zou hebben, is een leugen gebleken. Sinds wij ermee begonnen in Almelo, pakweg veertien jaar geleden, is geen enkele topcompetitie of topclub overgestapt. In Canada is er één vrouwen-WK op kunstgras gespeeld. Het werd een debacle; speelsters kwamen in opstand. De FIFA was meteen genezen van het idee.

Wat de kunstgrasindustrie ons ook wijs wil maken, kunstgras heeft de toekomst niet in het topvoetbal. Hybridevelden wel, in combinatie met modern onderhouden natuurgras. Maar kunstgras niet. We hebben gegokt en verloren.

Theorie van het knollenveld
Ik noem nog één bizarre gedachtenkronkel die vaak voorbij komt. Noem het de ‘theorie van het knollenveld’. Alsof die knollenvelden van vroeger zo zaligmakend waren, wordt dan gezegd. ‘Geef mij dan maar een goed kunstgrasveld!’

Het is lachwekkende onzin, want er zijn in de eredivisie helemaal geen knollenvelden meer zoals vroeger. Ironisch genoeg heeft iedere eredivisieclub tegenwoordig een goed natuurgrasveld, al dan niet hybride, juist dankzij innovatie en de modernste techniek. Ook een probleemkind als FC Groningen heeft een prima veld.

Een speciale ‘commissie kunstgras’ is nu bijeen om eindelijk af te rekenen met kunstgras in de eredivisie. Supporters, trainers, voetballers, niemand wil het nog. En het wordt opgelost; daar ben ik heilig van overtuigd. Maar het is belachelijk dat we het zover hebben laten komen.

door Sjoerd Mossou

GERELATEERD NIEUWS

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.
REACTIE PLAATSEN
Naam:
E-mail (wordt niet getoond op de website):
Reactie:

VACATURES
GREENFORUM